Voorleestips


1. Een boek kiezen
Omdat er zoveel keuze is aan boeken kan het moeilijk zijn om een geschikt boek te vinden dat op dat moment past bij de belevingswereld van uw kind. Denk eens aan de voldende situaties: misschien is er in het gezin een baby op komst, wordt uw kind zindelijk of leert het zelfstandig naar de wc te gaan.Veel bibliotheken hebben de boeken per thema bij elkaar staan. Ook in de boekwinkel kan men u boeken tonen over speciale onderwerpen. Als u verder naar onder kijkt dan vindt u een lijst met de prentenboek top 10!

2. Herhaling
Het is een feit dat kinderen een verhaal eindeloos vaak willen horen en telkens opnieuw weer prachtig vinden. U hebt misschien zelf al lang genoeg van het boek, maar u weet dat herhaling erbij hoort. Lees prentenboeken juist een aantal keer voor om er zoveel mogelijk uit te halen. Hetzelfde boek een paar keer voorlezen hoeft echt niet saai te zijn als u elke keer een ander onderwerp verzint om het na het voorlezen over te hebben: het thema, de personages of hebben de kinderen zelf wel eens zoiets meegemaakt


                                                                                                                       (bron: Image: Ambro / FreeDigitalPhotos.net).
3. Voorleesrituelen
Kinderen raken vertrouwd met allerlei rituelen: zo doen wij dat altijd! Ze voelen zich prettig als ze kunnen rekenen op het dagelijkse voorleesritueel. Lees voor op een vertrouwd moment of op een knusse plek met een knuffel of kussen erbij, en met zo weinig mogelijk kans op storingen.
Voorleestijd is de tijd waarin u samen kunt kijken, luisteren, praten en lachen.

4. Voorlezen met stemmentjes
In prentenboeken staan vaak veel korte spreekteksten. Het is helemaal niet nodig om u extra in te spannen om met verschillende stemmetjes voor te lezen. Bij peuters is dat nog niet zo aan de orde. Als u langzaam voorleest, goed articuleert en uw kind tijdens het voorlezen regelmatig aankijkt, dan treft u vaak veel beter de toon en zal uw kind goed begrijpen wie er in het boek iets zegt.

5. Moeilijkheid
Misschien helpt het om te weten dat een boek eigenlijk net een beetje te moeilijk mag zijn. Als u het meerdere keren voorleest en u praat samen over het verhaal, hebt u de meeste kans dat uw kind door een boek geboeid wordt
Wanneer er moeilijke woorden in het boek staan, worden deze in de context van het verhaal vaak wel duidelijk. Zo niet, dan kunt u uw kind helpen om het nieuwe woord te leren door er een plaatje bij aan te wijzen, een voorbeeld te geven of een vervangend woord te gebruiken.
Naderhand kunt u ook het moeilijke woord er weer bijhalen. Zo onthoudt uw kind het woord beter, dit helpt bij de ontwikkeling van het taalgebruik

6. Laat uw kind vertellen
Geef uw kind gelegenheid om iets te zeggen als u het verhaal voorleest. Het gaat erom dat uw kind praat, dus alle opmerkingen over het verhaal zijn goed. Uw kind heeft een eigen interpretatie over het verhaal en kan ook meepraten vanuit eigen ervaringen. Daar kunt u dan weer op ingaan. Zo blijft uw kind betrokken bij het verhaal. Laat uw kind het verhaal ook zelf eens navertellen.

7. Geniet van het moment dat u doorbrengt samen met uw kind!